Holthurnsche Hof

Zevenheuvelenweg 48A, 6571 CK, Berg en Dal

21 maart 2018

Noteer in je agenda

2 lezingen

Van topsprekers!

250 plaatsen

Aanmelden nog niet mogelijk

Zo krijg je 30 collega’s in plaats van 30 leerlingen!

Leerkracht: elke dag anders. Maar vooral: elke dag druk. Met klassen die steeds groter worden en met al die verschillende onderwijsbehoeftes loop je als leerkracht soms rood aan. Herkenbaar? Wel voor Ellen Emonds. Op de Marant Onderbouwdag vertelde zij over haar ervaringen in een klas met 39 (!) kinderen. Ellen liet zien hoe je in een grote groep kinderen met allemaal een specifieke begeleidingsbehoefte met ontspannenheid en plezier je werk kunt doen.

Lees hieronder verder, bekijk de foto’s en download de presentatie van Ellen Emonds.


Vergeet niet te registreren!

Marant Interstudie is geaccrediteerd om deze Onderbouwdag te verzorgen en zorgt voor registratie ten behoeve van 4 registerpunten (RU) bij het Registerleraar.

Nieuw perspectief

Kinderen kunnen zo verschillend zijn als dagen van het jaar. De een is teruggetrokken, de ander heeft ADHD. Weer een ander schrijft al hele essays, terwijl klasgenootjes worstelen met dyslexie. Je kunt echter onmogelijk op alle verschillen anticiperen, want dan loop je continu achter de feiten aan. Ellen vertelde over een nieuw, ander perspectief waarin de leraar er niet alleen voor staat. Hoe kan de leraar steun vinden in de school? Hoe ga je van ‘mijn leerlingen’ naar ‘onze leerlingen’? En nog belangrijker: hoe laten we de kinderen zo snel en zo veel mogelijk zélf doen wat ze zélf kunnen?

Kinderen kunnen vaak veel meer dan je van tevoren denkt. Daarnaast vinden ze het meestal ook heel leuk om de juf of meester te helpen. Je kunt kinderen dus prima inzetten om jou te helpen. Letterlijk, door ze een minder sterke leerling te laten helpen met bijvoorbeeld lezen, of indirect, door ze zelfsturend te maken, aanspraak te doen op hun competenties en door ze autonoom te laten werken.

Voorwaarden

Hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Ellen noemt de drie psychologische basisbehoeftes:

  • Relatie: kinderen moeten zich veilig, welkom en gewaardeerd voelen
  • Competentie: kinderen kunnen heel veel en willen dat ook dolgraag laten zien. Het is essentieel dat ze daarvoor de ruimte krijgen, want daarvan leren ze en krijgen ze zelfvertrouwen
  • Autonomie: kinderen moeten de ruimte krijgen om zelf keuzes te maken en om zelf verantwoordelijkheid te dragen

Wanneer aan deze drie behoeftes voldaan wordt, kunnen kinderen zich ontwikkelen. Ze voelen zich dan veilig genoeg om nieuwe dingen te proberen, leren hoe het is om zelf beslissingen te nemen en worden creatiever in het bedenken van oplossingen. Dit stimuleert de betrokkenheid van het kind bij hetgeen dat hij of zij leert.

Weg met de plasketting

Om van jouw leerlingen betrokken leerlingen te maken, is het belangrijk om ze een gedeelte van de regie te geven. Daarmee straal je ook uit dat je vertrouwen hebt ik je leerlingen. Het helpt daarbij om niet te veel regels te hanteren. Laat alles maar eens los en kijk wat er dan gebeurt. Ontstaat er een rij bij de wc’s als er geen plaskettingen zijn? Prima. Hoe zouden kinderen dat zelf willen oplossen?

Zelfstandig versus zelfsturend

Een andere voorwaarde is dat je de kinderen in jouw klas goed kent. Welk kind kan wel wat extra verantwoordelijkheden aan? Het helpt hierbij om af en toe een andere context op te zoeken als klas. Niet ieder kind komt immers tot bloei tussen vier muren! Wanneer je met kinderen het bos ingaat of de keuken induikt, zie je misschien hele andere kwaliteiten. Wellicht zorgt dit er ook voor dat je een kind op een andere manier benadert.

Uiteindelijk wil je niet alleen zelfstandige kinderen, maar juist zelfsturende kinderen. Ze hoeven niet te leren om alles op eigen kracht te doen, maar juist wanneer ze om hulp moeten vragen (als het echt nodig is).

Betrokkenheid

We noemden het al eerder: betrokken kinderen zullen zich sneller ontwikkelen dan kinderen die zich niet bij het onderwijs betrokken voelen. Maar hoe krijg je betrokken kinderen? Door zicht te hebben op het competentieniveau van het kind. Wanneer je een kind laat werken aan een opdracht die qua moeilijkheidsgraad precies goed zit, onder- en overvraag je het kind niet. Het kind zal dan geboeid aan het werk zijn en het leereffect is het grootst.

Als dit niet lukt, en de betrokkenheid van de kinderen te laag is, denk dan nog eens na over je aanpak. Wat kun je doen om de betrokkenheid te vergroten? Was de instructie wellicht niet duidelijk genoeg?

Staar je echter niet blind op het eindproduct. Een tekening of een dictee kan heel goed zijn, maar als je niet weet wat het proces is geweest, kun je eigenlijk niet zeggen wat een kind geleerd heeft. Ook betrokkenheid blijkt niet altijd uit het eindproduct, maar júíst uit het proces. Hoe is een kind te werk gegaan? Als hij of zij het niet op de manier heeft gedaan die jij voor ogen had en daardoor niet optimaal heeft gepresteerd, is dat óók een leermoment geweest.

Heb vertrouwen!

Ellen drukt de leerkrachten op het hart om vooral vertrouwen in kinderen te hebben. Het ene kind gaat sneller dan het andere, en dat is ook helemaal niet erg. Álle kinderen kunnen echter iets bijdragen en toevoegen in jouw onderwijs.

Powerpoint

Wil je de presentatie van Ellen nog eens terugkijken? Hier vind je de Powerpoint.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over Ellen Emonds op haar website.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Een terugblik op de Regionale Onderbouwdag 2016

Volgens de soms confronterende sprekers Pedro de Bruyckere en Marcel van Herpen wel. Zo’n 150 PO professionals luisteren aandachtig, soms lachend maar soms ook doodstil. Anekdotes die je wakker schudden en wijsheden die je inspireren zijn een cadeautje bovenop de inspirerende sessies van de Regionale Onderbouwdag. Het thema is Het jonge kind in de snel veranderende wereld. “Zo heb je weer voldoende gedachtevoer om op door te kauwen voor in jouw onderwijs.”